1. Home
  2. Naaien
  3. Eierwarmers haken patroon: maak in een middag een set voor de ontbijttafel
Eierwarmers haken patroon: maak in een middag een set voor de ontbijttafel

Eierwarmers haken patroon: maak in een middag een set voor de ontbijttafel

6 min lezen

Een zacht mutsje over een warm ei doet meer dan je denkt. Het houdt je gekookte ei langer warm, en het maakt de ontbijttafel meteen gezelliger. Zeker rond Pasen zie je ze vaak terug, maar een gehaakte eierwarmer past net zo goed op een gewone zondagochtend.

Waarom dit zo’n fijn middagproject is

Voor wie graag iets kleins en bruikbaars haakt, is dit een dankbaar werkje. Een eierwarmer, ook wel eiermutsje of egg cozy genoemd, is snel klaar en vraagt weinig garen. Reken op ongeveer een half uur per stuk, dus een set voor de ontbijttafel maak je prima in een middag.

Dit project is geschikt voor beginners. Je werkt met een eenvoudige opbouw in het rond, en juist daardoor leer je goed kijken naar vorm, spanning en maat.

Benodigdheden

Voor een basisuitvoering heb je dit nodig:

  • katoengaren, bijvoorbeeld Catania, Phildar Coton 3 of Durable Coral Mini
  • circa 15 gram garen, ongeveer 25 meter, per stuk
  • haaknaald 3 mm
  • haaknaald 3,5 mm of 4 mm kan ook, afhankelijk van garen en gewenste grootte
  • stopnaald
  • schaar
  • stekenmarkeerder, optioneel

Als model wordt vaak een kippenei maat L gebruikt. Dat is handig tijdens het passen, want de maat van je werk hangt samen met je haakstijl en de draaddikte.

Zo haak je de basisvorm

De eenvoudigste versie bouw je van boven naar beneden op. Je begint klein, meerdert tot de bovenkant breed genoeg is, en haakt daarna een paar rechte toeren voor de hoogte.

  1. Begin met een magische ring, ook wel magic ring of MR genoemd.
  2. Haak 6 vasten in de magische ring.
  3. Sluit de toer met een halve vaste, of haak verder in spiraal.
  4. Meerder in de volgende toer naar 12 vasten, dus 2 vasten in elke vaste.
  5. Meerder in de volgende toer naar 18 vasten, met het ritme 1 vaste, 2 vasten in de volgende vaste.
  6. Meerder in de volgende toer naar 24 vasten, met het ritme 2 vasten, 2 vasten in de volgende vaste.
  7. Meerder in de volgende toer naar 30 vasten, met het ritme 3 vasten, 2 vasten in de volgende vaste.
  8. Haak daarna enkele toeren, bijvoorbeeld 5 tot 7 toeren, met 1 vaste in elke vaste. Je blijft dan op 30 vasten.
  9. Pas het werk regelmatig op een ei om de maat te controleren.
  10. Wissel eventueel van kleur als je een randje of streep wilt toevoegen.
  11. Werk af met een randje vasten, halve vasten of kreeftsteek.
  12. Hecht de draden af en werk ze weg met een stopnaald.
  13. Voeg eventueel versieringen toe, zoals oortjes, bloemetjes of een snavel.

Dat is de basis. Simpel, maar juist daardoor heel bruikbaar.

Wanneer je in spiraal haakt

Veel mensen vinden haken in spiraal prettig bij kleine ronde projecten. Je hebt dan geen zichtbare naad van gesloten toeren. Wel raak je sneller het begin van de toer kwijt. Een stekenmarkeerder is dan handig om het begin of einde aan te geven.

Werk je liever met gesloten toeren en een halve vaste, dan kan dat ook. Beide manieren passen bij dit project. Kies vooral de methode die jij het prettigst vindt om netjes te houden.

Zo controleer je de maat

Bij een klein werkstuk zie je verschil in maat meteen terug. Daarom is regelmatig passen geen extra stap, maar echt onderdeel van het patroon. Zet het mutsje af en toe op een ei, bij voorkeur maat L, en kijk of de bolling mooi volgt.

Valt het werk kleiner uit, dan kan dat komen door een strakke haakstijl of een andere draaddikte. Valt het juist ruimer, dan speelt dat net zo goed mee. In zulke gevallen pas je het patroon aan door meer of minder te meerderen, afhankelijk van wat nodig is.

Dat klinkt misschien spannend als beginner, maar bij zo’n klein project leer je daar juist veel van.

Welke haaknaald kies je?

3 mm is een veelgebruikte maat voor deze kleine hoesjes. Toch hoeft dat niet altijd de beste keuze voor jouw garen of hand van haken te zijn. Een haaknaald van 3,5 mm of 4 mm kan ook goed werken, als je een iets lossere stof wilt of als de vorm anders te strak wordt.

Dat geldt nog sterker als je met halve vasten werkt, bijvoorbeeld bij Bosnisch haken. Die steken vallen compacter en strakker uit. Een dikkere naald helpt dan om het werk soepeler te houden.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt

De maat klopt niet

De meest voorkomende fout is een verkeerde maat door verschil in draaddikte of haakstijl. Het resultaat is dan te krap of juist te ruim.

De oplossing is eenvoudig: pas regelmatig op een echt ei. Zo zie je op tijd of je moet bijsturen met extra of juist minder meerderingen.

Het werk wordt te strak

Vooral bij halve vasten gebeurt dit snel. De stof wordt dan stevig, maar soms ook stug. Daardoor rekt het mutsje minder mee en past het minder mooi om het ei.

Gebruik in dat geval een grotere haaknaald. Dat geeft lossere steken en vaak een nettere vorm.

Losse draadeinden blijven zichtbaar

Bij kleine projecten lijkt het verleidelijk om snel af te hechten. Toch zie je slordig weggewerkte draden hier extra goed, juist omdat het om zo’n compact werkstuk gaat.

Werk de uiteinden daarom netjes weg met een stopnaald. Dat kost weinig tijd en maakt het eindresultaat veel verzorgder.

Leuke variaties voor op tafel

De basisvorm is rustig en tijdloos, maar je kunt er makkelijk iets persoonlijks van maken. Dat is ook waarom deze kleine projectjes vaak als cadeau voor familie of vrienden worden gehaakt.

Een paar ideeën:

  • dierenfiguren, zoals een kip, haas, uil of lammetje
  • bloemen of bloemmotieven
  • strepen of kleurwissels
  • andere steken, zoals moesjes of een rand in kreeftsteek
  • versiering met knoopjes, pareltjes of borduursels

Vooral rond Pasen zijn dierfiguren populair. Een paar eenvoudige oren of een klein snaveltje geven al veel karakter. Wil je liever iets dat het hele jaar door op tafel kan, dan zijn strepen of een subtiel bloemmotief vaak een mooie keuze.

Praktische tips voor een nette set

Als je meerdere stuks voor de ontbijttafel maakt, helpt het om steeds op dezelfde manier te werken. Gebruik hetzelfde garen, dezelfde haaknaald en hetzelfde model ei om te passen. Dan oogt de set rustiger, ook als je met verschillende kleuren werkt.

Maak je liever een speelser geheel, dan kun je juist variëren in randjes of versiering terwijl je de basisvorm gelijk houdt. Zo blijven de eierwarmers familie van elkaar, zonder dat ze identiek hoeven te zijn.

Haak je een set in een middag, leg dan eerst alle basisvormen klaar en werk daarna pas de randjes en versieringen af. Dat werkt vaak sneller en je houdt beter overzicht.

FAQ

Welk garen is het beste voor eierwarmers?

Katoengaren is populair en wasbaar. Voor dit project worden bijvoorbeeld Catania, Phildar Coton 3 en Durable Coral Mini gebruikt.

Welke haaknaaldmaat moet ik gebruiken?

Meestal 3 mm. Een haaknaald van 3,5 mm of 4 mm kan ook, afhankelijk van garen en gewenste grootte.

Hoe lang duurt het om er een te haken?

Ongeveer een half uur per stuk. Een set voor de ontbijttafel maak je meestal in een middag.

Hoe zorg ik dat het mutsje goed past?

Pas regelmatig op een ei tijdens het haken en pas het patroon aan als dat nodig is. Verschil in draaddikte en haakstijl speelt hierbij mee.

Kan ik gehaakte eierwarmers wassen?

Ja, katoen en acryl zijn vaak wasbaar op 30 graden.

Zijn er ook eenvoudige patronen voor beginners?

Ja, veel patronen voor eierwarmers zijn geschikt voor beginners. Deze basisvorm is daar een goed voorbeeld van.