1. Home
  2. Technieken
  3. Naaien
  4. Pietenmuts maken voor kinderen en volwassenen: naaien met eenvoudige maten
Pietenmuts maken voor kinderen en volwassenen: naaien met eenvoudige maten

Pietenmuts maken voor kinderen en volwassenen: naaien met eenvoudige maten

7 min lezen

Een feestmuts hoeft geen groot naaiproject te zijn. Met een paar lapjes stof, een strook voor de onderrand en een stukje elastiek maak je al een Pietenmuts of Pietenbarret voor een verkleedpartij of het Sinterklaasfeest.

Welke stof en materialen handig zijn

Voor dit project werk je met een soepele stof. Geschikte keuzes zijn tricot, french terry en velours lycra. Die vallen mooi en dragen prettig, wat vooral fijn is bij een muts die even op en af gaat tijdens een feest of intocht.

Dit heb je nodig voor één muts:

  • soepele stof, minimaal 30 cm hoog x 60 cm breed
  • garen in een passende kleur
  • elastiek van 2 cm breed
  • een veer voor decoratie
  • textiellijm of een lijmpistool voor de veer of andere versiering
  • optioneel, sierband, een knoop of een bolletje

Gereedschap:

  • naaimachine
  • stofschaar
  • papierschaar
  • spelden
  • meetlint
  • uitwasbare marker of kleermakerskrijt
  • veiligheidsspeldje
  • optioneel, ronde voorwerpen zoals borden of placemats voor het patroon

Eenvoudige maten voor kinderen en volwassenen

Bij een muts wil je vooral dat de onderrand prettig aansluit. Daarom is het elastiek een belangrijk uitgangspunt.

Gangbare maten:

  • kind van 3 tot 10 jaar, elastiek 51 cm
  • tiener en volwassene, elastiek 57 cm
  • algemene regel, hoofdomtrek min 5 cm

Werk je met lapjes en een strook, dan kun je deze maten aanhouden:

Voor kinderen van 3 tot 10 jaar:
– 6 lapjes van 20 x 20 cm
– 1 strook van 57 x 7 cm

Voor tieners en volwassenen:
– 6 lapjes van 21 x 21 cm
– 1 strook van 59 x 7 cm

Er is ook een ronde variant. Daarbij gebruik je:

  • een grote cirkel van ongeveer 28 tot 35 cm diameter
  • een kleine cirkel van ongeveer 14 tot 20 cm diameter

Naadwaarde is 1 cm, als die niet al in het patroon zit.

Twee manieren om een Pietenmuts te naaien

Er zijn grofweg twee eenvoudige vormen.

De eerste is de taartpunt-variant. Daarbij naai je zes delen aan elkaar tot een ronde muts. Die methode is overzichtelijk en handig als je graag met losse patroondelen werkt.

De tweede is de cirkel-variant. Daarbij werk je met grote cirkels en een opening in het midden. Dat geeft meer een baretstijl.

Welke het beste past, hangt af van het model dat je wilt maken. Een baretstijl oogt anders dan een puntmutsstijl, ook al gebruik je vergelijkbare materialen.

Stappenplan voor het patroon en het knippen

  1. Teken het patroon op papier.
    Je kunt een grote cirkel van ongeveer 28 tot 35 cm en een kleine cirkel van ongeveer 14 tot 20 cm tekenen. Ronde voorwerpen zoals borden of placemats helpen om mooie lijnen te krijgen.

  2. Knip het patroon uit met een papierschaar.
    Zo houd je je stofschaar scherp voor de stof.

  3. Leg het patroon op de stof en teken de delen af.
    Gebruik een uitwasbare marker of kleermakerskrijt.

  4. Voeg 1 cm naadwaarde toe als die nog niet in het patroon zit.
    Deze stap wordt vaak overgeslagen, terwijl hij veel verschil maakt in de pasvorm.

  5. Knip de stofonderdelen netjes uit.
    Hier loont rustig werken. Te snel knippen zorgt sneller voor verwisselde of verkeerd geplaatste delen.

Stappenplan voor de taartpunt-variant

  1. Knip 6 lapjes volgens de maat voor kind of voor tiener en volwassene.
    Gebruik voor kinderen 20 x 20 cm, voor tieners en volwassenen 21 x 21 cm.

  2. Leg twee lapjes met de goede kanten op elkaar.
    Naai de lange zijden aan elkaar.

  3. Voeg steeds een volgend lapje toe.
    Werk zo door tot alle zes delen aan elkaar zitten.

  4. Sluit de muts tot een ronde vorm.
    Let erop dat de delen netjes op elkaar aansluiten.

  5. Controleer de vorm voordat je verdergaat.
    Dit is het moment om te kijken of er niets gedraaid zit en of de draadrichting goed valt. De draadrichting beïnvloedt de pasvorm.

Stappenplan voor de cirkel-variant

  1. Knip twee grote cirkels uit stof, met een gat in het midden volgens je patroon.
    Werk met de grote en kleine cirkelmaat die bij jouw model past.

  2. Leg de twee delen met de goede kanten op elkaar.
    Speld ze vast.

  3. Naai de cirkels aan elkaar.
    Laat een opening om het werk te kunnen keren.

  4. Keer de muts naar de goede kant.
    Strijk of vingerpers de naden glad, als dat voor jouw stof prettig werkt.

  5. Sluit de opening.
    Werk netjes, want dit zie je later vaak terug in de afwerking.

De onderrand met tunnel maken

De onderkant zorgt ervoor dat de muts goed blijft zitten. Daarvoor maak je een tunnel voor elastiek.

  1. Knip de strook voor de onderrand.
    Voor kinderen gebruik je 57 x 7 cm, voor tieners en volwassenen 59 x 7 cm.

  2. Vouw 1 cm van de strook naar binnen.
    Zo werk je de rand alvast netter af.

  3. Vouw de strook dubbel met de verkeerde kanten op elkaar.
    Daarmee bereid je de tunnel voor.

  4. Naai de strook tot een ring door de korte kanten op 1 cm aan elkaar te stikken.
    Je kunt ook een tunnel rondom de onderkant van de muts naaien, afhankelijk van het model.

  5. Bevestig de strook aan de onderkant van de muts.
    Laat een opening om het elastiek later door te rijgen, als je de tunnel direct aan de muts vastnaait.

Elastiek rijgen en vastzetten

  1. Meet het elastiek af.
    Voor een kind van 3 tot 10 jaar is 51 cm een gangbare lengte. Voor tieners en volwassenen 57 cm. Je kunt ook de hoofdomtrek meten en daar 5 cm van aftrekken.

  2. Bevestig een veiligheidsspeldje aan het uiteinde.
    Daarmee trek je het elastiek makkelijker door de tunnel.

  3. Rijg het elastiek door de tunnel.
    Let erop dat het elastiek niet draait.

  4. Laat de uiteinden 0,5 cm overlappen.
    Stik ze met een zigzagsteek aan elkaar.

  5. Verdeel de stof gelijkmatig over het elastiek.
    Dan trekt de onderrand mooi samen.

Rimpelen als extra detail

Wil je een rimpelrand, dan kan dat ook.

  1. Zet de draadspanning van de naaimachine losser.
  2. Kies een lange steek.
  3. Stik op 0,5 cm rondom de cirkel.
  4. Trek aan de draden om de stof te rimpelen.

Dit is optioneel, maar het geeft een ander effect aan de muts. Vooral bij een baretstijl kan dat mooi uitpakken.

Veer en versiering aanbrengen

De veer hoort voor veel mensen echt bij het herkenbare silhouet van deze feestmuts.

  1. Kies waar de veer moet komen.
    Meestal wordt die op de bovenkant geplaatst.

  2. Zet de veer vast.
    Dat kan met de hand of met een lijmpistool.

  3. Voeg eventueel extra decoratie toe.
    Denk aan een knoopje, bolletje of sierband rondom.

Er zijn veel variaties mogelijk. Verschillende kleuren veren geven meteen een andere uitstraling. Ook strikken, strassstenen of een geborduurde naam kunnen erbij passen.

Veelgemaakte fouten bij dit project

Een scheve feestmuts zit vaak niet in het naaien zelf, maar in de voorbereiding.

Te snel knippen is een bekende oorzaak. Onderdelen raken dan sneller verwisseld of komen verkeerd om te liggen.

Geen naadwaarde toevoegen is een tweede valkuil. Als je patroon die niet bevat en je vergeet de extra 1 cm, wordt de muts kleiner dan bedoeld.

Ook de draadrichting verdient aandacht. Zeker bij soepele stoffen beïnvloedt die hoe de muts valt en hoe prettig hij zit.

Stoffen en modellen om mee te variëren

Velours lycra geeft een wat luxere uitstraling. Wafelstof zorgt juist voor een zachtere look. Welke stof het mooist werkt, hangt af van het model en van de sfeer die je zoekt.

Qua vorm kun je verschillende kanten op:

  • baretstijl
  • puntmutsstijl

De Pietenmuts is onderdeel van traditionele Pietenkleding. De baret wordt daar vaak mee geassocieerd. In de loop der tijd is het uiterlijk van deze kleding veranderd, en ook alternatieven zoals roetveegpieten worden gebruikt. Dat zie je soms terug in kleurkeuze en afwerking van de muts.

FAQ

Hoeveel stof heb je nodig voor een Pietenmuts?

Dat varieert per patroon. Voor één muts heb je minimaal 30 cm hoog x 60 cm breed nodig.

Hoe maak je een patroon voor een Pietenmuts?

Je kunt ronde voorwerpen zoals borden of placemats gebruiken voor een cirkelpatroon, of werken met een taartpuntpatroon van 6 delen.

Welke stof is geschikt?

Soepele stoffen werken prettig, zoals tricot, french terry of velours. Voor een andere uitstraling kun je ook kiezen voor velours lycra of wafelstof.

Hoe lang duurt het om deze muts te naaien?

De snelste methode kan in 10 minuten. Reken in de praktijk eerder op een avond, of op een middag tot een weekend, afhankelijk van het model en de afwerking.

Moet je naadwaarde toevoegen?

Ja, 1 cm, tenzij die al in het patroon zit.

Waar komt de Pietenmuts vandaan?

De muts hoort bij traditionele Pietenkleding. De figuur Zwarte Piet werd in 1850 geïntroduceerd door Jan Schenkman. De kleding, inclusief baret, is mogelijk geïnspireerd op 16e-eeuwse Moorse pages.