Een sok die afzakt, knelt of juist plooit, zit zelden verkeerd door de hiel alleen. Vaak begint het al bij de maat. Daarom is een goede maattabel voor sokken breien zo handig, zeker als je breit voor baby’s, kinderen en volwassenen met heel verschillende voetmaten.
Bij sokken werkt een klein verschil meteen door in de pasvorm. Een paar steken te veel of een voetdeel dat net te lang is, en je merkt het direct. Met de tabel hieronder heb je een praktisch vertrekpunt voor 4-draads sokkenwol op naalden 2,0 tot 2,5 mm.
Wanneer een maattabel helpt
Aan de werktafel gebeurt het vaak zo: je hebt mooi garen gekozen, zet enthousiast steken op en halverwege vraag je je af of het aantal wel klopt. Of je breit voor iemand die niet naast je staat om te passen. Dan geeft een vaste tabel houvast.
Deze maatgegevens gebruik je als basis voor goed passende sokken. Ze helpen bij drie dingen:
- het juiste aantal opzetsteken kiezen
- bepalen hoe lang de voet moet worden voor de teen begint
- inschatten welke voetlengte en voetomtrek bij een maat horen
Dat is vooral handig bij een basispatroon voor beginners, maar ook gevorderde breiers grijpen hierop terug.
Welke garens en naalden horen hierbij
De tabel hieronder is bedoeld voor 4-draads sokkenwol met naalden 2,0 tot 2,5 mm. Voor strakke breiers kan 2,5 tot 3,0 mm ook gebruikt worden.
Gebruikelijk materiaal voor dit type sokken:
- 4-draads sokkenwol
- voor dikkere sokken, 6-draads of 8-draads sokkenwol
- meestal een samenstelling van 75% wol en 25% polyamide of nylon, voor duurzaamheid
- voor een paar volwassen sokken, ongeveer 100 gram 4-draads sokkenwol
Handig gereedschap:
- set van 5 sokkennaalden zonder knop, of een rondbreinaald van 80 cm voor magic loop
- schaartje
- stopnaald
- stekenmarkeerders, optioneel
- meetlint
De stekenproef voor 4-draads sokkenwol is ongeveer 30 steken en 42 toeren op 10 x 10 cm.
Maattabel voor baby, kind en volwassene
Hieronder staat de maatindeling voor 4-draads sokkenwol en naalden 2,0 tot 2,5 mm.
| Maat | Voetlengte | Voetomtrek | Opzetsteken | Voetlengte tot teen |
|---|---|---|---|---|
| Baby 22/23 | 11,5 tot 13,5 cm | 16,5 cm | 44 | 11,5 cm |
| Kind 24/25 | 14 tot 14,5 cm | 18 cm | 48 | 12,5 cm |
| Kind 26/27 | 15 tot 16 cm | 18 cm | 48 | 14 cm |
| Kind 28/29 | 16,5 tot 17 cm | varieert per patroon | 52 | 14 cm |
| Kind 30/31 | 17 tot 17,5 cm | varieert per patroon | 52 | 15,5 cm |
| Kind 32/33 | 18 tot 19 cm | varieert per patroon | 56 | 17 cm |
| Kind 34/35 | 19 tot 20 cm | varieert per patroon | 56 | 18 cm |
| Volw. 36/37 | 18,5 tot 20,5 cm, 7.3 tot 8 inch | 20,5 cm, 8 inch | 60 | 18,5 cm |
| Volw. 38/39 | 21,5 tot 24 cm, 8.5 tot 9.5 inch | 21,5 cm, 8.5 inch | 60 tot 64 | 20 cm |
| Volw. 40/41 | 21 tot 25,5 cm, 8.3 tot 10 inch | 23 cm, 9 inch | 64 | 21 cm |
| Volw. 42/43 | 22 tot 26 cm, 8.7 tot 10.2 inch | 26 cm, 10 inch | 64 tot 68 | 22 cm |
| Volw. 44/45 | 22,5 tot 28 cm, 8.9 tot 11 inch | 28 cm, 11 inch | 68 tot 72 | 22,5 cm |
| Volw. 46/47 | 28 tot 31 cm, 11 tot 12.25 inch | 28 tot 31 cm, 11 tot 12.25 inch | 72 | 24 cm |
Hoe je deze maten gebruikt tijdens het breien
Een tabel is pas echt nuttig als je weet op welk moment je welke kolom gebruikt. Bij sokken zijn vooral de opzetsteken en de voetlengte tot teen belangrijk.
- Zet het aantal steken op dat bij de maat hoort.
- Verdeel de steken over 4 naalden, of gebruik magic loop.
- Sluit de ring en brei 1 tot 2 rondes recht.
- Brei de boord in boordsteek, bijvoorbeeld 1 recht, 1 averecht of 2 recht, 2 averecht, tot de gewenste lengte.
- Brei het been in tricotsteek tot de gewenste lengte.
- Brei de grote hiel over de helft van de steken, heen en weer in tricotsteek.
- Vorm de hielbocht, ook wel kleine hiel, door steken te minderen.
- Neem steken op langs de zijkanten van de hiel en brei de spie.
- Minder in de spie tot je weer op het oorspronkelijke stekenaantal zit.
- Brei de voet in tricotsteek tot de teen begint. Gebruik daarvoor de kolom voetlengte tot teen.
- Vorm de teen door steken te minderen.
- Hecht de resterende steken af met een stopnaald.
Breipatronen kunnen top-down zijn, vanaf de boord, of toe-up, vanaf de teen. Ook dan blijft een maattabel een bruikbaar uitgangspunt.
Waarom sokken iets kleiner worden gebreid
Een goed passende sok is meestal niet exact even wijd als de voet. Bij sokken gebruik je negative ease. Dat betekent dat je de sok ongeveer 10% kleiner breit in omtrek dan de voet, zodat hij goed aansluit en niet afzakt.
Dat is een belangrijk detail. Juist bij rekbaar breiwerk zorgt die kleine vermindering voor een nettere pasvorm. Zonder die correctie kan een sok ruim lijken zodra hij gedragen wordt.
Veelgemaakte fouten bij het kiezen van de maat
Zelfs met een tabel gaat het soms mis. Meestal zit het in een van deze punten.
Geen stekenproef maken
De tabel gaat uit van een bepaalde spanning. Brei daarom altijd een proeflapje. Bij 4-draads sokkenwol is dat ongeveer 30 steken en 42 toeren op 10 x 10 cm. Als jouw spanning anders is, verandert de maat van de sok mee.
Alleen naar schoenmaat kijken
Schoenmaat helpt, maar voetlengte en voetomtrek geven meer houvast. Zeker bij kinderen en volwassenen met smalle of brede voeten.
Te vroeg of te laat aan de teen beginnen
De kolom voetlengte tot teen is hier precies voor bedoeld. Brei je te lang door, dan duwt de teen tegen de voorkant. Brei je te kort, dan trekt de sok.
Ladders tussen de naalden
Bij sokkennaalden kunnen er ladders ontstaan, verticale openingen tussen de naalden. Dat gebeurt als je te los breit bij de overgangen. Houd de draadspanning daar extra gelijkmatig.
Gaten bij de hiel
Na het opnemen van steken langs de hiel kunnen kleine openingen ontstaan. Dat komt vaak door het niet correct opnemen van de steken.
Te strakke of te losse boord
Een boord moet rekbaar zijn. Gebruik daarom een elastische opzet- en afkantmethode.
Variaties op het basispatroon
Als de maat eenmaal klopt, kun je met de rest spelen. Veel sokken worden opgebouwd uit boord, been, hiel, voet en teen, maar binnen die delen kun je variëren.
Mogelijke variaties:
- hielen, zoals Hollandse hiel, boemeranghiel en Fish Lips Kiss Heel
- tenen, zoals bandteen, wigteen en propellerteen
- startpunt, top-down of toe-up
- stekenpatronen, zoals tricotsteek, boordsteek, kabels en ajourpatronen
Een boordsteek op de wreef kan de pasvorm verbeteren. Ook dat is een kleine aanpassing met veel effect.
Handige tips voor een net resultaat
Aan het eind van een sok zie je vaak precies waar de aandacht zat. Deze punten helpen om het werk mooi en draagbaar te maken:
- maak altijd een proeflapje
- houd de draadspanning constant
- let extra op de spanning bij het wisselen van naalden
- kies een rekbare opzet- en afkantmethode
- gebruik de voetmaat en niet alleen de schoenmaat als richtlijn
De magic loop-techniek is een goed alternatief als je liever met een rondbreinaald werkt dan met 5 sokkennaalden.
FAQ
Hoeveel garen heb ik nodig voor sokken?
Voor een paar volwassen sokken heb je ongeveer 100 gram 4-draads sokkenwol nodig.
Welke naalddikte gebruik ik voor sokken?
Meestal gebruik je 2,0 tot 2,5 mm voor 4-draads sokkenwol. Voor strakke breiers kan 2,5 tot 3,0 mm ook prettig zijn.
Hoeveel steken moet ik opzetten voor sokken?
Dat hangt af van de schoenmaat en garendikte. Gebruik hiervoor de maattabel. Voorbeelden zijn 44 steken voor babymaat 22/23, 48 steken voor kindmaat 24/25 en 60 tot 72 steken bij verschillende volwassen maten.
Wat betekent negative ease bij sokken breien?
Dat betekent dat de sok iets kleiner wordt gebreid dan de voetomtrek, ongeveer 10%, zodat hij goed aansluit.
Kan ik sokken breien met een rondbreinaald?
Ja, dat kan met de magic loop-techniek.
Welke hiel of teen kies ik het best?
Dat varieert per patroon. Veelgebruikte opties zijn de Hollandse hiel, boemeranghiel of Fish Lips Kiss Heel, en bij de teen de bandteen, wigteen of propellerteen.



